U bent hier: Home > Over Pidpa > Geschiedenis
Geschiedenis van Pidpa
Het verhaal van Pidpa begint in 1910. Graaf de Baillet-Latour, gouverneur van de provincie Antwerpen, maakte zich zorgen over het gebrek aan drinkwater in zijn provincie. In tegenstelling tot Hoog-België, waar reeds volop waterleidingen aangelegd werden, moesten de mensen zich in de provincie Antwerpen, met uizondering van Antwerpen en Turnhout, behelpen met water uit putten en beken. Naast het evidente ongemak hield dit ook een gevaar in voor de volksgezondheid. In de 19e eeuw vielen er nog duizenden doden door tyfus- en cholera-epidemieën. Om hier paal en perk aan te stellen, werd de Provinciale Commissie voor de Wateren opgericht. Zij moest onderzoeken op welke manier een drinkwaternet kon worden aangelegd. |
|
Drie jaar later, op 14 juli 1913, ontstond uit deze commissie de 'Provinciale en Intercommunale Drinkwatermaatschappij der Provincie Antwerpen', kortweg Pidpa. 35 toenmalige gemeenten ondertekenden samen met het provinciebestuur de stichtingsakte. Deze pioniers waren: Berchem, Blaasveld, Booischot, Boom, Borgerhout, Brasschaat, Broechem, Dessel, Deurne, Duffel, Ekeren, 's Gravenwezel, Halle, Heindonk, Heist-op-den-Berg, Hemiksem, Herentals, Hoboken, Hombeek, Leest, Lier, Lillo, Mechelen, Merksem, Mol, Oosterweel, Putte, Rumst, Schilde, Sint-Katelijne-Waver, Tongerlo, Westerlo, Willebroek, Wilrijk en Wommelgem.
Een langzame start
Aanvankelijk wou men de ganse provincie Antwerpen bevoorraden vanuit één groot winningsgebied. Studies wezen Lommel aan als de geschikte plaats, maar zowel de gemeente zelf als de provincie Limburg verzetten zich hiertegen. Een gunstige zaak, zo bleek nadien, aangezien één centrale winning de latere groei zou bemoeilijken. Na proefboringen bleek bovendien dat de watervoorraad in de Lommelse ondergrond onvoldoende was om de gehele provincie te bevoorraden. |
|
Ondertussen werd de nood aan leidingwater in de provincie steeds groter. Het uitgraven van het Albertkanaal in de jaren dertig zorgde voor het droogvallen van talloze putten langsheen het traject en talrijke gemeenten werden ongeduldig. Men wou eindelijk resultaat zien. Mechelen trok zich zelfs volledig terug uit de vennootschap om een eigen waterleidingnet uit te bouwen. Hoog tijd dus om het over een totaal andere boeg te gooien.
De eerste concrete stappen
Na een grondige hydrogeologische studie van de ondergrond van de provincie Antwerpen, bleek dat deze in de noordoostelijke helft voldoende water bevatte om aan de drinkwaterbehoeften te voldoen. Er werd besloten verschillende winningen te bouwen, verspreid over dit gebied. De financiële crisis stak nog even een stok in de wielen, maar dankzij de steun van de provincie kon in 1935 het eerste Pidpa-net worden aangelegd in Boom. Om aan de nood van de stad tegemoet te komen, en geen kostbare tijd meer te verliezen, werd een overeenkomst met de Antwerpse Waterwerken afgesloten voor de levering van water.
De eerste volledige Pidpa-distributie, mét water uit eigen winning, was een primeur voor Herentals en ging van start in 1938. Nog vóór de tweede wereldoorlog uitbrak, werden er vier nieuwe netten aangelegd in Hemiksem, Brasschaat, Kapellen en Rumst. Tijdens de oorlog liepen de werken vertragingen op. Toch werd in die jaren nog een nieuw net in gebruik genomen te Duffel.
De doorbraak
Na de bevrijding wensten steeds meer gemeenten toe te treden tot Pidpa. Ze werden met open armen ontvangen. Het gevolg hiervan was de aanleg van een recordaantal nieuwe netten in de jaren vijftig. In tien jaar tijd vervijfvoudigde het aantal klanten. In 1960 telde Pidpa reeds 70.000 abonnees. Ook het personeelsbestand groeide in eenzelfde tempo aan: van 13 personeelsleden in 1936 tot meer dan 300 medewerkers in de jaren zestig. |
|
In 1955 werden de diensten gedecentraliseerd via de oprichting van vier gewestkantoren, namelijk Boom, Brasschaat, Geel en Lier. In diezelfde periode verhuisde het hoofdkantoor naar een eigen gebouw in het Rivierenhof te Deurne. Maar dit werd al snel te klein, zodat een nieuw hoofdkantoor werd opgericht aan de Desguinlei te Antwerpen. Dit gebouw uit 1964, werd in de periode 1998-2000 grondig gerenoveerd. In de jaren zeventig en tachtig werden nog drie bijkomende plaatselijke kantoren in gebruik genomen, met name in Turnhout, Mechelen en Grobbendonk (een exploitatiecentrum).
Haar definitieve doorbraak kende Pidpa in de jaren zeventig. In 1976 stelde de intercommunale in één kalenderjaar niet minder dan 14 gemeentelijke netten in gebruik: een absoluut record in de eigen geschiedenis. Het jaar nadien behoorden ook de laatste vijf "droge" gemeenten tot het verleden. De gehele provincie Antwerpen was nu van drinkwater voorzien. Hiermee werd de droom van Gouverneur de Baillet-Latour verwezenlijkt.
In 1980 sloot de stad Mechelen, die sinds de jaren dertig een eigen net had uitgebouwd, opnieuw aan. Op 1 juli 1995 werd het waterleidingnet van de stad Turnhout overgenomen én werd de 400.000ste klant gevierd. Eind 2009 waren dit al meer dan 492.000 klanten.
Op 1 januari 2005 werden de verantwoordelijkheden van drinkwaterbedrijven uitgebreid: naast het leveren van drinkwater kwam ook het afvoeren en zuiveren van afvalwater onder onze hoede. Naar aanleiding van deze uitbreiding creëerde Pidpa haar eigen rioleringsaanbod. Sinds 2006 kunnen de gemeenten voor het beheer van hun rioleringsnet een beroep doen op onze expertise. Ondertussen kozen 26 gemeenten voor een rioleringsformule van Pidpa.
Het kleine drinkwaterbedrijfje van weleer heeft zich dus ontwikkeld tot een integraal waterbedrijf.
© Pidpa | Contacteer ons | Wettelijke vermeldingen | Privacybeleid | webmaster@pidpa.be | Sitemap



