U bent hier: Home > Klanten > Dienstverlening > Drinkwaterfonteinen > Voor- en nadelen
ZO-magazine raadt ondernemend Vlaanderen drinkwaterkoelers aan!
| ZO-magazine, het zakenblad van UNIZO, de Unie der Zelfstandige Ondernemers, bracht in haar nummer van 8 juli 2005 een special rond waterkoelers. Op een objectieve manier maken ze hierin een vergelijking tussen de flessensystemen enerzijds en de koelers die rechtstreeks op het leidingnet aangesloten worden anderzijds. Ook de rol die Pidpa vervulde – en nog steeds vervult – in het promoten van leidingwater als drinkwater ging niet ongemerkt voorbij. Lees, en overtuig u zelf! |
Uit ZO-magazine, nr. 12, 8 juli 2005, p 26-29
Altijd een frisse fontein bij de hand….
Een drinkwaterkoeler in uw bedrijf?
Door Filip Horemans
Drinkwaterkoelers zijn sterk in opmars, als alternatief voor of aanvulling op de traditioneel met frisdrank gevulde koelkast/vendingautomaat. Zeker met de hitte van de voorbije weken hebt u er allicht ook aan gedacht zo’n systeem in huis te halen voor uw personeel of bezoekers. Wat zijn de voordelen? Welk systeem kiezen? Huren of kopen? En hoeveel kost dat?
Wat zijn de voordelen?
- Drinkwaterkoelers passen in de huidige gezondheidstrend. Uiteraard hebben ook bedrijven belang bij gezonde medewerkers. In heel wat ondernemingen en instellingen moet de traditionele automaat met mierzoete frisdrankjes dan ook plaats ruimen voor deze nieuwkomer.
- Geen kleine flesjes frisdrank en water meer. De grote kunststof-statiegeldflessen van de niet op het waternet aangesloten waterkoelers hebben een inhoud van 18,9 liter (omgerekend van 5 Amerikaanse “gallons”, de standaard in de sector), en moeten dus veel minder vlug worden vervangen dan de traditionele liter- of 25 centiliter-flessen. Met een kleine voorraad, die zich veel compacter laat stockeren dan de klassieke bakken frisdrank, kom je relatief lang toe. Bij de rechtstreeks op het waternet aangesloten koelers zijn het opslagprobleem en het out-of-stock-risico vrijwel geheel van de baan.
- Drankvoorraad en koeler/verwarmer in één. Wie kiest voor een waterkoeler, beschikt doorlopend over fris water, zonder nog een aparte koelkast te hoeven installeren. De modellen met geïntegreerd verwarmingselement laten toe om op ieder ogenblik, en zonder extra toestel of manipulatie, een kop thee, oploskoffie of –soep te zetten.
- Tot 1000 maal goedkoper. Een vers getapt glaasje water uit een op het drinkwaternet aangesloten waterkoeler kost maar liefst 400 tot 1000 maal minder dan traditioneel flessenwater van een of ander merk. Ook bij waterkoelers met grote water-“vaten” (18,9 liter) ligt de kostprijs concurrentieel tegenover flessenwater, zij het om evidente redenen minder uitgesproken (bijvoorbeeld keuze voor bronwater, transportkosten,…) dan bij leidingwater.
Welk systeem kiezen?
- Het watervatensysteem: soepelheid troef. Een koeler met watervaten kan probleemloos en zonder aanpassingswerken overal worden geplaatst waar zich een stopcontact bevindt. Er hoeft immers nergens een waterleiding in de buurt te zijn, het toestel functioneert volledig onafhankelijk, en kan dan ook makkelijk naar om het even welke andere locatie worden verhuisd, bijvoorbeeld naar de stand van het bedrijf op een vakbeurs, naar de toonzaal tijdens een opendeurdag,… Bovendien kan heel soepel, in functie van de persoonlijke smaakvoorkeur, voor een specifieke watersoort worden gekozen (bronwater bijvoorbeeld). In het nadeel van dit vatensysteem speelt dan weer de noodzakelijke opslagruimte voor de voorraad watervaten, plus hun aan- en afvoer, de administratie, de statiegeldregeling,… en het nog altijd aanwezige risico van een out of stock. Bovendien blijkt de vervanging van zo’n circa 20 kg wegend vat niet voor iedereen evident. Het grootste mogelijke nadeel van het vatensysteem is evenwel het hygiënerisico. Als de vaten niet op zeer korte tijd (hooguit een paar dagen) worden leeggedronken, ontstaat algengroei. Een minimum “debiet” is dus vereist om dit systeem goed te laten functioneren. Volgens de hygiëneregelgeving moeten flessenkoelers overigens minimaal om de 13 weken ontsmet worden, wat niet het geval is voor koelers op het leidingnet. Tegenover de troef van de soepele waterkeuze staat het risico van de beperkte kwaliteitscontrole. Weliswaar bestaan er minimale wettelijke kwaliteitsvereisten, maar die gaan veel minder ver dan voor leidingwater uit de kraan. Daarbuiten bepaalt iedere bottelaar zelf de normen van het afgeleverde water, wat het systeem niet echt doorzichtig maakt.
- Het leidingwatersysteem: non stop vers water. Waterkoelers, aangesloten op het waternet, leveren doorlopend het goedkoopste water, vers van de kraan, zonder stockageproblemen, zonder gevaar voor een out of stock, zonder administratieve rompslomp, zonder aan- en afvoer van volle flessen en leeggoed, zonder statiegeldregeling,… Bovendien wordt geen enkel ander drinkwater zo streng gecontroleerd, op zoveel verschillende parameters, als kraantjeswater, zodat de absolute veiligheid en gezondheid van het product gegarandeerd zijn. In het nadeel van leidingwater speelt soms nog de perceptie ten aanzien van het product, hoewel wetenschappelijk onderzoek door onder meer Test Aankoop al herhaaldelijk de uitstekende kwaliteit van leidingwater aantoonde. Op leidingwater staat echter geen “merknaam”, geen door de marketingsector gecreëerd sterk imago, zoals bij flessenwater. Maar onder impuls van vooral drinkwatermaatschappijen als Pidpa, die onder meer heel wat drinkfonteinen op leidingwater aan scholen schonken, daarin gevolgd door de overheid, die de kwaliteiten van hun product steeds nadrukkelijker promoten, is er een kentering merkbaar. De “herontdekking” van leidingwater als kwalitatieve dorstlesser wordt ook geruggensteund door de groeiende trend van gezondheidsbewustzijn. In tegenstelling tot waterkoelers met flessen kunnen exemplaren op leidingwater niet zomaar om het even waar worden neergepoot. Een absolute vereiste is immers de beschikbaarheid van een aftakking op het waternet. Bovendien bestaat er ook geen keuzevrijheid in functie van smaak. Er is overal maar één soort leidingwater beschikbaar.
Huren of kopen, wat kost dat?
- Een waterkoeler op het leidingnet aankopen, kan een interessante optie zijn. Deze toestellen zijn weliswaar niet goedkoop – vanaf € 600/700 tot € 1200 en meer - en in ieder geval een heel stuk duurder dan hun tegenhangers met flessen, maar daar tegenover staat ook een langere levensduur van makkelijk 15 tot 20 jaar. (Een eenvoudige maar degelijke waterfontein zónder koeling is al te koop voor € 400/500.) Wordt de vergelijking gemaakt tussen de consumptie van gekoeld leidingwater en eenzelfde hoeveelheid flessenwater, dan blijkt dat de investering in het apparaat al na zes maanden tot een jaar is terugverdiend. Het toestel is overigens erg onderhoudsvriendelijk: een klein jaarlijks onderhoud (stof wegnemen) van 5 tot 10 euro volstaat. Eén of meerdere waterkoelers op het leidingnet huren/leasen kan uiteraard ook, wanneer bijvoorbeeld de beschikbare middelen eerst naar andere investeringen moeten gaan.
- Een waterkoeler met flessen aankopen, blijkt vaak minder interessant dan er één of meerdere te huren/leasen, ook al blijkt de investering in het apparaat op het eerste gezicht mee te vallen. Een waterkoeler met flessen voor amper € 300/400 vinden is op zich geen kunst, maar de toestellen zijn ook een stuk minder duurzaam dan de apparaten op het waternet. Waterkoelers met flessen moeten slechts een maximale druk van 18,9 liter (één volle fles) kunnen verdragen (tegenover de permanent veel zwaardere druk van het leidingnet) en zijn daardoor ook minder zwaar gebouwd. Reken hier op een gemiddelde levensduur van 5 tot 6 jaar. Meest doorwegende argument tégen de aankoop en vóór de huur van waterkoelers met flessen, is het vereiste onderhoud. Denk daarbij aan de eerder genoemde verplichte ontsmetting van het apparaat, minstens om de 13 weken, dat door een professional dient uitgevoerd. Denk daarbij ook aan het relatief grotere risico op technische mankementen, gezien de vrij lichte bouw van de toestellen. Kortom: wie zo’n toestel koopt, moet er hoe dan ook nog een uitgebreid onderhoudscontract bij nemen, wat de balans veelal in het voordeel van een full service huurovereenkomst doet overslaan. Reken voor zo’n huurcontract van het meest eenvoudige toestel op een jaartarief vanaf € 200, uiteraard exclusief de watervaten.
© Pidpa | Contacteer ons | Wettelijke vermeldingen | Privacybeleid | webmaster@pidpa.be | Sitemap

