U bent hier: Home > Rondom water > Productie en distributie > Zuiveren > Grondwater > Centrale ontharding
Centrale deelontharding te Schoten
De hardheid van water wordt bepaald door de aanwezigheid van calcium en magnesium. Beide mineralen zijn onmisbaar voor de mens. Niettemin zijn onze huishoudtoestellen minder blij met al te calciumrijk water. De belangrijkste problemen zijn alom bekend: vorming van neerslag door het verwarmen van water en een hoger zeepverbruik. Het plaatsen van een eigen ontharder is dan een oplossing. Voorzichtigheid is echter nodig. De ontharder dient vakkundig geplaatst en afgesteld te worden. Aandacht dient ook te gaan naar een goed onderhoud van het toestel. Door het grote contactoppervlak binnen een ontharder verhoogt de kans op de ontwikkeling van bacteriën, zeker in combinatie met een langere verblijftijd in het toestel.
Het grondwater dat wij zuiveren tot drinkwater wordt over het algemeen gekenmerkt door een lage hardheid. De ideale norm voor drinkwater schommelt rond 15 °F (1 °F komt overeen met 0,1 mmol Ca/l of 4 g Ca/l). In sommige gebieden, met een calciumrijke ondergrond, ligt deze hardheid gevoelig hoger. Omdat uw drinkwatermaatschappij veel belang hecht aan de kwaliteit van het geleverde drinkwater - en dit op elk vlak - wordt er een centrale deelontharder geïnstalleerd waar nodig, te beginnen met het waterproductiecentrum te Schoten. Op deze wijze gebeurt de ontharding immers gecontroleerd en kan de kwaliteit continu opgevolgd worden.
Te Schoten bedraagt de huidige totale hardheid ongeveer 28 °F. In de centrale deelontharding wordt een gedeelte van het calcium verwijderd. Daardoor wordt de hardheid verlaagd tot 15 °F. De ontharding wordt rechtstreeks op het opgepompte water uitgevoerd, waarna het water de rest van de bestaande zuivering doorloopt.
Afhankelijk van de aanwezige hoeveelheid van het calcium in het opgepompte water en de opgepompte hoeveelheid water, zal de ontharding gebeuren via één of twee korrelreactoren, gevuld met fijne zandkorrels. Deze korrels worden in beweging gebracht door de opwaartse snelheid van het water (tot 120 m/h). De dosering van natronloog in combinatie met het grote contactoppervlak tussen de zandkorrels en het water, zorgt ervoor dat het calcium afgezet wordt op de korrels. In feite gebeurt er op deze wijze een uitwisseling tussen natrium en calcium.
De aangegroeide korrels komen onderaan in de reactor terecht, waar ze afgetapt kunnen worden. De samenstelling van en de toepassingen voor deze korrels zullen verder onderzocht worden. Bovenaan worden de reactoren regelmatig bijgevuld met zand, ter vervanging van de afgetapte hoeveelheid korrels.
© Pidpa | Contacteer ons | Wettelijke vermeldingen | Privacybeleid | webmaster@pidpa.be | Sitemap
