U bent hier: Home > Over water > Het verhaal van water > Geologie
Geologie van de provincie Antwerpen
Hieronder vindt u de chrono- en lithostratigrafische indeling van de Neogene en Pleistocene afzettingen in de provincie Antwerpen. Het Neogeen bevindt zich in de tertiaire periode en omvat de geologische periodes Mioceen en Plioceen. De jongste periode - het Quartair - vangt aan met het Pleistoceen. De formaties die in deze periodes gevormd werden, hebben elk een eigen samenstelling met specifieke hydrogeologische eigenschappen.
Chrono- | Lithostratigrafie | Lithologie | Hydrogeologie |
Formaties | |||
Quartair | |||
Holoceen |
| klei, veen, zand | plaatselijk doorlatend, plaatselijk slecht doorlatend |
Pleistoceen | afwisseling van fijn tot plaatselijk grof zand en klei | plaatselijk doorlatend, plaatselijk slecht doorlatend | |
witgele, fijne kwartszanden zonder klei | doorlatend | ||
Formatie van Merksplas | grove tot zeer grove kwarts- zanden met schelpen | doorlatend | |
Tertiair | |||
Neogeen | |||
| Plioceen | fijn tot grof wit zand | doorlatend | |
Formatie van Lillo/Poederlee | afwisseling van glauconiethoudend, schelprijk fijn zand en glauconiethoudend, schelprijk kleihoudend fijn zand tot klei | doorlatend, met | |
glauconiethoudend, schelphoudend fijn zand | doorlatend | ||
glauconiethoudend fijn zand, plaatselijk kleihoudend | doorlatend, plaatselijk slecht doorlatend | ||
| Mioceen | glauconiethoudend fijn tot grof zand, met plaatselijk verharde niveaus | doorlatend | |
glauconietrijk, schelphoudend tot kleihoudend fijn zand | doorlatend, plaatselijk slecht doorlatende | ||
Paleogeen | |||
| Oligoceen | stijve klei | zeer slecht doorlatend | |
glauconiethoudend, plaatselijk kleihoudend fijn zand | doorlatend tot plaatselijk slecht doorlatend | ||
Eoceen | |||
Formatie van het Meetjesland | afwisseling van stijve klei en glauconiethoudend fijn zand | afwisselend slecht doorlatend en zeer slecht doorlatend | |
De lithostratigrafische kaart van de provincie Antwerpen geeft u een duidelijker visueel beeld. Daar ziet u waar de verschillende formaties aan de oppervlakte komen. Hoe meer noordoostelijker, hoe jonger de afzettingen.
HET PALEOGEEN
In deze periode werden formaties gevormd die een belangrijke hydrogeologische rol spelen omdat ze dankzij de hoge aanwezigheid van klei een quasi-ondoorlatende barrière vormen. De voor de provincie Antwerpen belangrijkste laag is de Klei van Boom, behorend tot de Rupelgroep. Deze vertoont een algemene noordoostelijke duiking.
HET NEOGEEN
Door de grote geografische verspreiding, hun goede doorlatendheid en de aanzienlijke dikte, vormt het geheel van de Neogene zanden een van de belangrijkste bergplaatsen voor de grondwatervoorraden van ons land. Dit komt omdat deze zandige pakketten rusten op de quasi-ondoorlatende Boomse klei. Het Neogeen wordt gevormd door het Mioceen en het Plioceen.
1. Het Mioceen
Tijdens het Mioceen werd een diepe geul uitgeschuurd, die opgevuld is met diestiaanzanden en die zich op de ZW-grens bevindt van de provincies Antwerpen en Limburg. De erosie is op sommige plaatsen zo sterk dat het diestiaan rechtstreeks komt te liggen op het Brusseliaan (waar dus o.a. de klei van Boom niet meer aanwezig is).
Het Mioceen is in België hoofdzakelijk gekend in het noordoosten en meer bepaald in de provincies Antwerpen en Limburg. Deze afzettingen vormen ook de heuvels van het Hageland en de Vlaamse heuvelstreek. De lagen vertonen hier een algemene noordoostelijke duiking.
Het Mioceen in ons land vangt aan met de Formatie van Berchem. Equivalent hieraan is vermoedelijk de Bolderbergformatie die in de Limburgse Kempen voorkomt. Boven de Formatie van Berchem werd de Formatie van Diest afgezet.
2. Het Plioceen
Het Plioceen bestaat voornamelijk uit mariene sedimenten en komt enkel voor in het noorden van België. Qua lithostratigrafische opeenvolging kan men een onderscheid maken tussen het westen en het oosten. In het westen van de provincie Antwerpen vinden we de Formatie van Kattendijk en de Formatie van Lillo. In het oosten hebben we de Formatie van Kasterlee, de Formatie van Poederlee en de Formatie van Mol.
HET QUARTAIR
Het quartair bestaat uit 2 grote periodes: het Pleistoceen en het Holoceen dat slechts de laatste 10.000 jaar bestaat. De afzettingen uit het quartair zijn hoofdzakelijk ontstaan door de werking van wind en rivieren. Zowel qua samenstelling als qua dikte zijn ze heel wisselvallig. De stratigrafie van het Pleistoceen is gebaseerd op de glacialen en interglacialen.
Het Pleistoceen omvat de Formatie van Merksplas, de Formatie van de Kempen, en de Formatie van Brasschaat.
© Pidpa | Contacteer ons | Wettelijke vermeldingen | Privacybeleid | webmaster@pidpa.be | Sitemap
